De rode strik |
|
![]() |
De rode strik (roman, 1994)
In de artikelen en documentaires die de afgelopen jaren over (serie)moordenaars
zijn gemaakt, wordt opvallend vaak gesteld dat de daders weliswaar een
onevenwichtige jeugd hebben gehad, maar verder uiterlijk het leven van
een modale burger leiden. Mensje van Keulen draagt in deze ragfijne
roman haar exemplaar bij. Aan de rode strik is hoegenaamd niets bloedstollends
te ontdekken - en net dàt is horribel, want toch wordt er een
moord met voorbedachten rade in gepleegd, en staat uiteindelijk Maria
nog met beide beentjes op de grond(...) een subtiele thriller. ...een wereld waarin de taal de baas is... ...een spannend verhaal vol onheilspellende tragiek waarin de schrijfster
een geraffineerd spel speelt met het ethisch gevoel van de lezer(...)
Beelden van afschuwelijke, vieze, enge dingen roepen onmiddellijk het
eigen kindergevoel op. Bij het zien van 'magere vingers waarvan er twee
aan de binnenkant zo donker waren als tabak' denkt Maria: "Als
je zulke vingers in je mond hield, werd je tong er bitter van"
en griezelt de lezer met haar mee. Een subtiele vooruitwijzing naar
wat er tijdens de moordpartij gebeurt. Op die manier leidt de schrijfster
je de geheimzinnige wereld van Maria binnen, een kinderwereld vol angsten,
gegriezel om vieze dingen als een emmer vol krioelende wormen, ruzietjes
met buurkinderen, leugentjes en pesterijen. (...) razend knappe dialogen
en duivels goed geschreven. [een prozafragment uit
De rode strik] |
| :: het werk van Mensje van Keulen verschijnt bij Uitgeverij Atlas, Amsterdam :: |